Dit is het verhaal van twee vrienden op reis door Afrika om aandacht te creëren voor microfinanciering. In iets meer dan een jaar reden Jeffrey de Visser en Twan Crombach bijna 60.000 kilometer in hun Land Rover rond het Afrikaanse continent door meer dan 30 Afrikaanse landen. Wilt u ook iets voor Afrika doen? Leen dan geld aan Afrika via Wakibi.

Land Rover Defender 110 Stationwagon 300TDi Overland Voertuig te koop

Eindhoven, North Brabant, The Netherlands.

Onze expeditie is volbracht dus het is tijd om onze geliefde Land Rover te verkopen. Onze Land Rover Defender 110, model stationwagon (5 deuren), 300 TDi motor uit 1996 heeft ons zo’n 58.000 kilometer rond Afrika gebracht. Hij heeft een slim ontworpen interieur, is uitgerust om zelfs het meest ruwe terrein te tackelen en is gewoon een heel geschikt voertuig voor zelfs de meest serieuze overland expeditie. We verkopen de auto inclusief dure gesponsorde upgrades, expeditie materialen, daktent en heel veel advies over onderhoud, overlanden in het algemeen en zorgen voor onze ‘Landy’. Deze Land Rover is klaar voor z’n volgende avontuur – one life, live it!

Als u interesse hebt om deze Land Rover te kopen, neem dan alstublieft contact op met info@africaexpedition.nl dan kunnen wij zaken sturen als onderhoudshistorie, gedetailleerde foto’s, een prijsindicatie, een lijst van upgrades en welke materialen te koop zijn.

Welkom terug Afrika Expeditie

Sint Odiliënberg, Limburg, The Netherlands.

Opeens waren we thuis. Na een week langzaam door Europa gereden te hebben reden we recht het feest in compleet met vlaggen, muziek en een grote groep mensen. Een storm van emotionele reünie, felicitaties, handen schudden, cadeaus, familie, vrienden, meer felicitaties en vragen kwam ons tegemoet. Het is onwerkelijk om weer terug te zijn na meer dan een jaar onderweg geweest te zijn. Na ons vertrek schreef ik: “Men realiseert zich echter niet direct dat het vertrek realiteit geworden is, in plaats van één van de vele dromen over deze memorabele gebeurtenis; iets dat zoveel gewicht en implicatie met zich meebrengt duurt enkele dagen om te bezinken.” De aankomst was hetzelfde, gemixt met gevoelens van voldoening dat we het gehaald hebben en weer thuis zijn, en treurnis dat aan onze avontuurlijke levensstijl (voor even) een einde komt. Een overdaad aan eten en drinken wachtte op ons en onze gasten.

We willen graag iedereen bedanken die een rol heeft gespeeld in onze expeditie, of het nu een vriendelijke e-mail is van tijd tot tijd, sponsoring of een mede-reizigers voor advies en een gezellige avond, zonder jullie steun was deze reis nooit mogelijk geweest.

De besneeuwde hellingen van Mount Toubkal

Imlil, Marrakesh-Tensift-Al Haouz, Morocco.

We toerden enkele dagen rond in Zuid-Marokko langs de kust in de richting van Agadir. Vervolgens namen we de weg landinwaarts recht het Hoge Atlas gebergte in. De uitzichten vanaf die smalle weg zijn adembenemend met bergen om ons heen, vaak meerdere bergruggen achter elkaar in verschillende grijstinten, en de ondergaande zon erachter in een grote oranje gloed. Dit is het dak van Noord-Afrika met veel besneeuwde pieken boven de 3000 en 4000 meter. Na onze overwinning op Mount Kameroen(4095 meter) een aantal weken geleden waren we nu klaar voor een nieuwe uitdaging: Mount Toubkal beklimmen. Toubkal is de hoogste piek in de Atlas, en dus heel Noord-Afrika, met een hoogte van 4167 meter boven zeeniveau. We lazen over de beklimming in onze reisgidsen en het leek mogelijk, in het bijzonder omdat we er in het juiste seizoen waren; volgens de Lonely Planet was het nog niet “ondraaglijk heet” in deze maanden. Dat was het inderdaad zeker niet!

Toen we aankwamen in het dorpje Imlil, het normale startpunt voor het beklimmen van Toubkal, bleek dat er nog veel sneeuw boven op de berg lag. Het had de week ervoor nog zwaar gesneeuwd en enkele mensen waren gedwongen om terug te keren. Daarom hadden we serieus materiaal nodig voor onze beklimming: dikke jassen, speciale wandelschoenen, wandelstokken en zelfs sneeuwijzers. We begonnen de twijfelen of we de top wel zouden halen ondanks onze beperkte ervaring in het alpinisme. Verhalen van een Spaanse alpinist die afgelopen winter de dood vond op de berg deed onze onzekerheid toenemen, maar weerhield ons gelukkig niet.

We ontmoette onze gids Saïd en begonnen vervolgens meteen onze beklimming naar de hut waar we zouden overnachten. De route begon eenvoudig door de laatste dorpen en een bergpas naar een heiligdom. Daar zijn een paar winkeltjes om te eten en drinken, en een grote witte rots heilig voor de Moslims. Zieke mensen worden hier per muilezel heen gebracht om genezen te worden. Het lijkt alsof alle bergen spirituele gevoelens naar boven brengen onder de lokale bevolking. Vanaf daar wordt de beklimming zwaarder en werd de eerste sneeuw zichtbaar. Jeffrey had moeite met zijn gehuurde schoenen, waardoor er zich enorme blaren vormde op zijn hielen, maar wisselde uiteindelijk met Saïd waarna het ietwat beter ging. Na ongeveer vijf uur arriveerden we bij de hut op 3200 meter. Het was een veel groter gebouw dan verwacht met slaapzalen, privé slaapkamers, verwarmde rustruimten en zelfs warme douches. Onze maaltijden zaten bij het verblijf bij dus die avond dineerden we met onze mede-alpinisten, die stuk voor stuk meer ervaring leken te hebben dan wij.

Na een goede nachtrust werden we vroeg wakker om onze uitrusting in orde te brengen, een stevig ontbijt te nuttigen en onze beklimming naar de piek te beginnen. De hut is op sneeuw-niveau dus we liepen direct het witte landschap in met sneeuwijzers onder onze schoenen. Het meeste materiaal was een beetje oud en versleten, waardoor Saïd de sneeuwijzers zo’n 12 keer per persoon moest vastzetten. Om het gebrek aan zuurstof te compenseren verlaagden we ons tempo, maar we leken nog steeds sneller te gaan dan de andere teams. Ondertussen verdubbelde Saïd echter zijn aankomsttijd op de top omdat we “langzaam” waren. Twan had last van de hoogte op het laatste stuk tot de top, maar zette uiteindelijk toch door. Het kostte ons minder dan vier uur om de top te bereiken. Daar werden we beloond met prachtige uitzichten in alle richtingen. De naburige pieken zijn ook heel hoog, sommige boven 4000 meter. Op de top vonden we ook een groep Nederlandse politieagenten die het net voor ons gehaald hadden.

We liepen snel naar beneden naar de hut om daar te rusten, te lunchen en onze bagage te reorganiseren. Spoedig waren we klaar voor de afdaling naar het heiligdom en vervolgens Imlil. We hielden een hoog tempo aan en arriveerden bij de auto kort na zes uur.

Datum van thuiskomst: 28 april

Tiznit, Souss-Massa-Draa, Morocco.

Ons avontuur zit er bijna op. Op dit moment zitten we in Marokko om nog even te genieten van het Afrikaans continent voordat we op 20 april de ferry naar Europa pakken. Twee dagen later kan de champagne open want dan vieren we dat we één jaar onderweg zijn. We zullen aankomen op de Molenweg in Sint Odiliënberg (Limburg nabij Roermond) op 28 april om 15.00 uur. Iedereen is van harte welkom! Stuur ons wel even een e-mailtje als je wilt komen.

Westelijke Sahara of toch gewoon Marokko?

Cape Bojador, Laâyoune-Boujdour-Sakia El Hamra, Western Sahara.

“Waar ben je nu? In welk land?”, vraagt de bediende bij het tankstation midden in de woestijn tussen Dakhla en Boujdour. Een strikvraag met twee antwoorden, maar één juist antwoord. Ik kijk hem aan en denk even na. Hij ziet er een beetje onverzorgd uit, ongeschoren maar zijn ogen zijn fier – vast geen geheime politie. Alle agenten hier zijn glad geschoren met een perfect getrimde snor. “Sahara Occidental”, antwoord ik. Hij schudt enthousiast mijn hand en draaft door over hoe zijn taal, cultuur en historie anders zijn dan die van Marokko. Echter, de vlag aan de overkant van de straat suggereert een ander antwoord; de vlag is diep rood met de groene Marokkaanse ster. Er hangen hier veel vlaggen – teveel zelfs voor Afrika. Na enkele lange, saaie dagen in Mauritanië ben ik nu in het stukje omstreden land tussen Mauritanië, Algerije en Marokko – de Westelijke Sahara (of in het Frans: “Sahara Occidental”). Tussen 1884 en 1975 was het een Spaanse kolonie onder de naam ’Spaanse Sahara’. Nadat de Spanjaarden vertrokken werd het gebied ingelijfd door Marokko, die het nu als hun zuidelijke provincies zien. Echter, in 1976 verklaarden de onafhankelijkheidsbeweging Polisario, met hulp van Algerije, het gebied onafhankelijk onder de naam ’Arabische Democratische Republiek Sahara’. Zelfs het Internationaal Gerechtshof in Den Haag stelde hen in het gelijk, maar ondanks de internationale steun in het vroege jaren van het conflict waren handelsbetrekkingen met Marokko op den duur toch belangrijker, waardoor de Polisario in de kou bleef staan. Tegenwoordig controleren ze nog maar een zesde van de voormalige Spaanse Sahara, welke door een aarde wal wordt gescheiden van de rest van het land, aangelegd op orders van de voormalige Marokkaanse Koning Hassan II.

We reden in drie lange dagen door het land, of als je wilt, we bleven drie extra dagen in Marokko. De weg is lang, meestal saai en omgeven door, je raadt het al, de Sahara. Dat betekent veel zand en rotsen met af en toe een uitzicht over de Atlantische Oceaan uit het linkerraam. Toen we door de Oostelijke Sahara reden in Egypte en Soedan was het bloedheet met temperaturen tot wel 54 graden in de auto. Deze keer was het overdag koel en ‘s nachts ijskoud. Temperaturen zakten tot niet ver van het vriespunt met een ijzige wind. Tijdens die drie lange dagen reden we overdag tot net voor zonsondergang en zochten dan een plek om te kamperen. Vervolgens zochten we snel de bescherming van de tent voor warmte. Als niets anders in dit land Marokkaans was, dan was het eten dat zeker wel, met heerlijke tajine, borden vol kleurrijke salade en goed vlees. Voor 30 Dirham (3 euro) krijg je meer dan je op kan.

Senegambia

Serrekunda, Banjul, The Gambia.

We gingen de grens met Guinea over en reden Senegal in. Na meer dan een week reizen door het ruige Ivoorkust en Guinee, waren we nu weer in de beschaving. Voor elke andere persoon zou het echter waarschijnlijk gewoon Afrika zijn. De weg was opeens uitstekend – gesponsord door de vrijgevige mensen van de Europese Unie. Ook kwamen we andere overlanders tegen en waren luxes zoals internet opeens weer beschikbaar. We reden de Casamance in, een provincie die tientallen jaren om onafhankelijkheid heeft gevochten, en al snel werden de perfecte wegen heel erg slecht. Deze provincie had duidelijk de wegen met meer asfalt dan gaten niet verdiend. We probeerden van de weg af te komen door noordelijk Gambia in te gaan, maar de ferry over de Casamance rivier rekende belachelijke prijzen. Achteraf was de ferry wellicht toch het geld waard, want de weg naar Ziguinchor werd nog slechter. Het werd zo erg dat we overwogen om onze trots te slikken en terug naar de ferry te gaan. Uiteindelijk bereikten we echter toch de hoofdstad van het Zuiden en werden we beloond met een mooie camping van een aardige Franse mevrouw. Vanaf daar zou het een eenvoudige rit zijn naar Gambia, het kleine landje omsloten door Senegal. Voor beide landen hadden we geen visum nodig en was er relatief weinig bureaucratie. In de jaren ’80 hebben Senegal en Gambia geprobeerd om een confederatie te vormen: Senegambia. Dat initiatief is echter nooit echt van de grond gekomen.

We reden rustig richting Serrekunda, waar we uitgenodigd waren door een Duitse mevrouw (Anna) om op haar terrein te kamperen. Ze was erg gastvrij en belde direct een monteur toen ze hoorde dat we er één nodig hadden. We konden onze stapels vieze kleding en beddengoed wassen, en kregen een kans om de auto goed te wassen. Gambia bood ons de mogelijkheid om onze zaken op orde te brengen voordat we de Sahara in gingen. We kregen er ook ons visum voor Mauritanië in Serrekunda: een transit visum voor slechts drie dagen. Voor de aanvraag moesten we echter de exacte inreisdatum aangeven. Het transit visum scheelde veel geld (€45 in plaats van €94), dus we kozen een veilige datum waarop we het land binnen zouden komen.

Gambia is een toeristische bestemming synoniem met mannelijke prostitutie, marihuana en eindeloze hoeveelheden “bumsters” (ritselaars). De toeristen zijn vooral Europeanen uit de lagere klassen van de bevolking die naar Gambia komen voor wat plezier. Vrouwen van middelbare leeftijd huren jonge zwarte mannen voor wat plezier, en nemen ze soms zelfs mee naar Europa om ze te trouwen. Vrouwelijke prostitutie is minder prominent, maar voor 500 Dalasi (minder dan €15) kan je kiezen uit de mooiste vrouwen van West-Afrika. In realiteit zijn de meeste mensen erg arm en wanhopig – toeristen zijn een uitstekende, of zelfs de enige, bron van inkomsten.

Arm en vergeten Guinee

Labe, Labé, Guinea.

Vergeten door de rest van de wereld, maar toch trots om Guineeërs te zijn. Rijk aan natuurlijke bronnen, maar toch één van de armste landen ter wereld. Na onafhankelijk zeiden ze “au revoir” tegen Frankrijk terwijl President Ahmed Sékou Touré het land in een socialistische richting stuurde, waardoor het land diep geïsoleerd werd van de rest van de wereld. Hij leidde het land tot 1984 toen een militaire staatsgreep zijn regeerperiode beëindigde. Door de geïsoleerde staat van het land en de corruptie ontving Guinee tot onlangs weinig ontwikkelingshulp, ondanks dat de bevolking rg te leiden had. Recentelijk is het land opener geworden en Chinese wegen verbinden nu het land dat ongeveer zo groot is als het Verenigd Koninkrijk. De wegen komen vaak helemaal niet voor op een kaart, en als ze wel op een kaart staan klopt het pad en het wegdek vaak totaal niet. Bijna niemand komt hier op eigen initiatief, dus waarom zou Michelin of elke andere cartograaf het überhaupt proberen? Buiten de hoofdstad Conakry zijn er weinig faciliteiten behalve het absoluut nodige. Als je van de hoofdweg af gaat hebben veel mensen nog nooit een blanke gezien en is er geen gedeelde taal om te communiceren. De geografie van Guinee is prachtig: dikke bossen, indrukwekkende bergen en droge savanne. We zagen bavianen, leguanen, apen en, net voordat we in het droge noordwesten van het land kwamen, een chimpansee met twee baby’s. We verlieten het land met de vraag hoe zo’n prachtig, rijk en vriendelijk land tegelijkertijd zo arm en vergeten kan zijn.

De perfecte Franse kolonie: Côte d’Ivoire

Yamoussoukro, Lacs, Côte d'Ivoire.

We gingen de grens met Ivoorkust (Côte d’Ivoire) over en binnen enkele uren reden we Abidjan binnen. Een Manhattan-achtige stad die rijst uit de armoede en reconstructie van enkele burgeroorlogen. We reden er langs in verbazing. De weg naar het Noorden wordt een bijna Europese tweebaans-snelweg in bijna perfecte staat – uniek in West-Afrika. Ivoorkust was het toonbeeld van de voormalig Franse kolonie onder President Houphouët-Boigny, die sterk op Frankrijk steunde voor economische steun en advies. Frankrijk was in staat om te doen (behalve in Guineé) waar de Britten nooit toe in staat waren: een gezonde relatie onderhouden met voormalige koloniën. Daarom werd Ivoorkust, voor het begin van de burgeroorlogen, beloont met infrastructuur, een grotere Franse gemeenschap dan tijdens de kolonisatie en veel buitenlandse investering.

Voor het grootste deel is Ivoorkust een oninteressant land met weinig te bieden voor toeristen, dus we reden er in enkele dagen doorheen. We maakten een korte stop in Yamoussoukro, wat gek genoeg de hoofdstad van het land is, ondanks dat het vele malen kleiner is dan Abidjan. President Houphouët-Boigny werd hier in 1905 geboren en regeerde zijn land van 1960 tot zijn dood in 1993. Daarom pompte hij enorme hoeveelheden geld in wat voorheen een klein, onbelangrijk stadje was. In 1985 begon hij de bouw van een project die de megalomane staat van veel presidenten in dit deel van de wereld zou definiëren: zijn “Basilique Notre-Dame de la Paix”. De enorme basiliek is een kopie van de Sint-Pieter Basiliek in Vaticaanstad, al is hij iets hoger met 158 meter. De kosten van de bouw worden geschat op $300 miljoen, die hij zelf opgehoest zou hebben. De kleurrijke ramen omgeven de 7.000 individueel met airconditioning uitgeruste stoelen. In totaal biedt de kerk plaats voor 18.000 mensen, en is erkent als de grootste kerk ter wereld. Houphouët-Boigny wilde met het project bewijzen dat Afrikanen ook in staat zijn om dezelfde wonderen te bouwen als Europeanen, echter werden alle belangrijke functies tijdens de bouw vervuld door niet-Afrikanen en werden alle complexe bouwmaterialen (zoals de glas-in-lood ramen) uit Frankrijk gehaald. Het feit dat hij zijn arme bevolking jaren had kunnen voeden en van onderdak had kunnen voorzien lijkt niemand iets uit te maken. In Afrika beslist de Grote Man.

Nog steeds verdeeld op etnisch, politiek en religieus vlak bestaat uit land uit Noord en Zuid. De VN heeft een neutrale zone gecreëerd tussen beide kampen in een strook van West naar Oost. Enigszins geschokt door de indrukwekkende VN aanwezigheid in de regio reden we Duekoué in. Er waren VN kampen, zwaar bewapende trucks en overal blauwhelmen. We kampeerden die nacht in de veiligheid van een hotel, en de volgende dag gingen we vroeg op weg naar Guineé.

De Goudkust

Cape Coast, Central, Ghana.

“Goudkust”, zelfs de naam creëert beelden van onvoorstelbare rijkdom voor het grijpen, samen met prachtige stranden vol palmbomen en inboorlingen die het allemaal aan je voeten leggen. De realiteit was echter minder rooskleurig. De Portugezen arriveerden in wat nu Ghana is in 1471 en begonnen in 1590 met het bouwen van forten. Vervolgens bouwden of veroverden de Britten, Fransen, Nederlanders, Duitsers en Denen ook forten aan de Goudkust, waarvan de belangrijkste in Accra, Cape Coast en Elmina. Wij bezochten het bekendste fort in Cape Coast. De donkere slavenkelders herinnerden ons aan het belangrijkste exportproduct van de kolonie: slaven bedoelt voor Europa en Amerika. Onze gids leidde ons rond door het immense fort en vertelde ons over het proces die de slaven moesten ondergaan, waarbij ze soms met honderden maanden in donkere kelders werden vastgehouden voordat ze (met immense efficiëntie) aan boord de schepen geladen werden. We bezochten ook de stad Elmina, waar in 1637 de Nederlanders het onneembare Fort São Jorge da Mina op de Portugezen veroverden door simpelweg de heuvel naast het fort te beklimmen en met kanonnen het fort te bestoken totdat ze zichzelf overgaven. Interessant genoeg, vanwege het lange verblijf (tot 1871) van de Nederlanders in Elmina, hebben veel mensen er nu een Nederlandse achternaam.

De Choggu Yapalsi Islamitische Basisschool

Tamale, Northern, Ghana.

Ongeveer zeven jaar geleden heb ik, Twan, geld ingezameld bij familie en vrienden om een school te bouwen in Tamale. Ik was destijds 17 jaar oud en reisde alleen naar het droge, stoffige, Islamitische Noorden van Ghana om daar een verschil te maken in het leven van de kinderen in de arme Yapalsi-wijk van Tamale. In 12 weken heb ik daar toen de Choggu Yapalsi Islamitische Basisschool neergezet met de hulp van lokale ouderen, het gastgezin van Steven en aannemer Hassan.

Nu, zeven jaar later, rijden we weer de stad binnen. Het is onherkenbaar, als een andere wereld. De laatste keer dat ik hier was reed ik rond op een fiets en voelde de stad als een vriendelijk dorp. Nu is het een wirwar van winkeltjes, auto’s, supermarkten, internet cafés en ontwikkelingsorganisaties. In zeven jaar is Tamale veranderd van een dorp in een volwaardige stad, de grootste in Noord-Ghana. Opeens realiseer ik me dat het heel lastig gaat worden om de mensen te vinden die ik hier wil ontmoeten.

We gaan op pad in de Land Rover. Eerst moeten we de juiste wijk zien te vinden. Dat lukt ons snel genoeg, want de wijk ligt ten Noorden van de universiteit. Wat vroeger akkerland was is nu volgebouwd, en wat voorheen ronde omheinde modderhutten waren zijn nu vierkante huizen met golfplaten daken. We spreken iemand aan en vragen naar Steven, de vader van mijn oude gastgezin. Iedereen kent iedereen, dus tien minuten later zit ik bij Steven in zijn nieuwe huis bij te praten. Hij vindt het prachtig, net als ik, om elkaar weer te zien. Hij heeft door de jaren meer dan 20 vrijwilligers in huis gehad, maar is daar ondertussen mee gestopt, wellicht omdat zijn vrouw is overleden. Een foto van de vriendelijke dame die altijd mijn fufu kookte hangt triomfantelijk tussen de Ajax-vlaggetjes op de muur. Steven ziet er precies hetzelfde uit maar was mentaal een stuk ouder geworden.

Steven gaf ons aanwijzingen om bij de school te komen, dus we rijden nu door de stoffige straten en krijgen steeds aanwijzingen van verschillende mensen. Een paar minuten later stoppen we voor een paar huizen – hier moet het ergens zijn. Twee lokale jongens lopen met ons mee. We lopen tussen de huizen naar de school en ik zie het gebouw opeens: hetzelfde golfplaten dak, de stenen ramen met gaten en het bord “Choggu Yapalsi Islamic Primary School”. Alle hel barst los. Honderden kinderen zwermen uit de klaslokalen bij het zien van twee blanken, en worden gek bij het zien van de fotocamera. We proberen met de docenten te praten, één kent zelfs mijn naam nog! De ouderen worden opgetrommeld. Handen worden geschud met mannen in lange gewaden en typische Moslim-hoedjes. Het is chaos. Na alle formaliteiten geven ze aan een formeel welkom te willen organiseren. Dat is prima, dus we spreken af dat ik overmorgen terugkom.

We lopen het schoolplein af, doof van het geschreeuw en nog enigszins in schok van de hoeveelheid mensen die er opeens waren. We gaan op zoek naar Hassan, en vinden hem snel genoeg bij het nieuwe gastenverblijf van KidzActive, de organisatie waar hij mee werkt. We mogen bij hem thuis slapen, krijgen ‘s avonds heerlijk eten en gooien zijn hele planning overhoop. De volgende dag gaan we met Hassan naar een winkel om schoolspullen te kopen. We krijgen een doos vol voor een goede prijs. We gaan ook naar de souvenir markt om eindelijk eens wat mooie souvenirs te kopen, en eten bij Sparkles – destijds dé plaats voor vrijwilligers. Het is allemaal hipper en moderner, maar nog steeds dé plaats in Tamale voor vrijwilligers.

Het is 10 uur en dus de hoogste tijd om naar de school te gaan. We zijn al echten Afrikanen en dus iets te laat. We rijden met de Land Rover het schoolplein op en opnieuw bestormen hordes kinderen ons. Ze willen pennen en ballonnen, maar bovenal op de foto met hun Koran. De ouderen, docenten, ouders en andere gasten wachten geduldig onder een afdak. Na het schudden van handen beginnen de speeches. De Imam, schooldirecteur en enkele andere belangrijke mensen speechen in Dagbani terwijl Hassan zeer nauwkeurig vertaald. Jeffrey houdt zich afzijdig waardoor hij foto’s kan nemen, tot ergernis van enkele ouders. Na de eerste ronde speeches pakken Hassan en ik de doos met schoolspullen en pakken hem uit op tafel. Alles wat uit de doos komt wordt hardop genoemd door een strenge dame: pennen, potloden, schoolkrijt, schriften, gummen, puntenslijpers etc. Uiteindelijk staat de tafel vol en volgt er een applaus. De kinderen zingen een mooi lied onder leiding van een docente. Als bedankje krijgen de kinderen nog wat ballen gesponsord door De Koning Adviesgroep en ballonnen. Ik had het al verwacht: er breken vechtpartijen uit om de ballen waarbij zelfs de docente de controle over de kinderen volledig verliest. Uiteindelijk komen de kinderen weer tot rust, bedanken we iedereen nogmaals, maken nog wat foto’s en vertrekken weer. Een vermoeiende en interessante dag, en het is nog niet eens middag!