Afrika in zicht

tunisia

Posted from Sfax, Tunisia.

We zijn nu bijna een week onderweg en het gaat goed; de auto presteert uitstekend, en we maken goede voortgang op onze reis door Europa richting Noord-Afrika. We zijn ondertussen in het uiterste puntje van Zuid-Italië in Villa San Giovanni, en nemen de ferry naar de stad Messina op Sicilië. De ferry nemen hier lijkt nog het meest op je trein halen; ze vertrekken elk uur, en de passagiers worden zo snel mogelijk met veel handgebaren het schip op geleid. Op de trap naar het dek wordt een stereotype bevestigd; Italianen, en in het bijzonder Sicilianen, zijn, gemiddeld, oud. Deze bevestiging komt van de twee dozijn oudere dames die, velen voorover gebogen en op slippers, langzaam de lange trap naar boven beklimmen. Italië lijkt verdeeld in een ruraal gedeelte, waar dit beeld van een vergrijsde bevolking wordt bevestigd, en een stedelijk gedeelte, gedomineerd door mannen in strak gesneden kostuums en in donkere Audi’s.

De ferry bracht ons in een klein uurtje naar de prachtige stad Messina. Hier zijn de straten breed zoals in Parijs, en creëren de oude gebouwen een authentieke sfeer. We spenderen drie dagen op Sicilië. Het is een eiland met een heel divers landschap met zowel groene bossen met boomgaarden, en dorre bruine bergen. Op een camping keken we het eerste deel van The Godfather, wat zowel de film als de omgeving specialer maakten.

Op onze laatste dag op Sicilië reden we naar de westelijke punt van het eiland om onze ferry te halen. Terwijl we bezig waren met het vinden van het juiste vertrekpunt, kreeg Twan een telefoontje. De lieftallige dame aan de andere kant van de lijn informeerde ons dat de ferry enkele uren later zou vertrekken en, wellicht belangrijker dan dat, uit Palermo in plaats van Trapani. Dus we reden de 100km naar Palermo, checkten in bij de vriendelijke en geïnteresseerde officieren en ambtenaren, spendeerden enkele uren in het centrum van de stad en keken het tweede deel van The Godfather in de auto totdat het schip er was en we erop konden. Het schip was spoedig gevuld met talloze lichamen op de vloer, op stoelen en andere ietwat comfortabele posities met veel kleden en slaapzakken. Ondanks verboden in zowel Arabisch als Italiaans (formeel spreek ik geen van beiden) gingen we toch naar het onderste dek om daar redelijk comfortabel te slapen in onze auto. Het enige dat niet comfortabel te noemen was aan de hele ervaring was het diep penetrerende geluid van de dieselmotoren.

De volgende ochtend liepen we, redelijk uitgeslapen, naar het bovenste dek, om er vervolgens weer bijna afgeblazen te worden door de hevige wind. Echter, ondanks de snijdende, bijna pijnlijke, wind konden we onze bestemming aan de horizon zien: de bergen van Tunesië, Afrika! Wellicht nog vijftig kilometer weg, dus genoeg tijd om wat te lezen op het Restaurant Deck totdat we de haven binnen voeren. We waren gevuld met horrorverhalen over de eindeloze procedure die ons hier wachtte, echter duurde de officiële bezigheden minder dan 30 minuten en verliep het relatief pijnloos. Perplex reden we de haven uit, des te meer omdat we niemand ons gevraagd had om ook maar één blik in onze auto te werpen.

De eerste dag in Tunesië bezochten we Carthago, wat teleurstellend te noemen was. Er was duidelijk geïnvesteerd in het aantrekken van bezoekers om de legendarische stad te bekijken, echter zagen wij weinig echte Romeinse ruïnes en al helemaal geen toeristen. Een beetje gedesillusioneerd, maar enthousiast als altijd, gingen we weer op pad, door de hoofdstad Tunis naar Nabeul, om het “echte” Tunesië te vinden.

Later die dag, in Nabeul, vonden we wat we dachten dat een camping was. In realiteit waren de mensen van Auberge de Jeunesse de Nabeul nog druk bezig om hun “camping international” af te maken. Wij hebben zelfs een handje geholpen bij het schilderen van de buitenwerken in die traditionele licht-blauwe Tunesische kleur. Nabeul zelf is een stad van vergane glorie; zoals zoveel plaatsen in Tunesië zijn de toeristen grotendeels vertrokken, wellicht naar de toeristische hotspots die wij zo graag vermijden. Veel oudere inwoners spreken zowel Arabisch, Frans, Duits, Engels en kennen het verschrikkelijke cliché “allemachtig prachtig” (schiet wie die zin bedacht heeft aub). De mensen waren, zoals overal in Tunesië, vriendelijk en gastvrij.

[Not a valid template]

De volgende dag gingen we naar het Romeinse colosseum in El Jem. Het is één van de best bewaarde colosseums ter wereld, en zou echt een toeristische trekpleister moeten zijn. Er waren dan ook voldoende faciliteiten en souvenierwinkels, desalniettemin waren er vrijwel geen toeristen. Het gebouw zelf is zeer indrukwekkend, in het bijzonder de ondergrondse cellen en gangen, en het overzicht vanaf het balkon. Vervolgens reden we door het idiote, chaotische Noord-Afrikaanse verkeer naar een klein internetcafé om daar hopelijk ons satelliet communicatie apparaat (DeLorme InReach) te repareren. Hij werkt redelijk goed tot zover, echter eet hij batterijen voor ontbijt, diner en lunch, en hebben we hem nog niet kunnen koppelen met de Android telefoon.

Ondertussen staan we te kamperen op de parkeerplaats van een hotel in Mahres. Morgen gaan we naar het zuiden naar de woestijn-pistes…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *