Hoogtepunten van de lange reis naar het Zuiden deel 1 – Europa tot Egypte

desert

Het kostte ons vijf maanden en 25.000 kilometer om Zuid-Afrika te bereiken. We reden door soms moeilijk terrein, hadden wat tegenslag en ontmoetten veel interessante mensen. In deze driedelige serie nemen we je mee langs een aantal hoogtepunten van die lange reis naar het Zuiden. Ondertussen bereiden wij ons voor op ‘de lange reis naar het Noorden’ langs de westkust van Afrika.

‘Het begin van onze reis’

Na ruim anderhalf jaar voorbereiden zijn we dan zondag 22 april toch vertrokken. We verwachtte een klein, familiair afscheid, en waren dan ook verrast dat zoveel mensen de reis naar Twan’s thuishaven Sint Odiliënberg hadden gemaakt. Onze beiden families waren er, inclusief enkele zelden geziene verre verwanten, wat vrienden en het dispuut waar wij beiden toe behoren was ook in grote getale aanwezig. Twan’s moeder Gerry had een buffet verzorgd die alle aanwezigen een heerlijke brunch verschaften. Nadat het dispuutslied was gezongen, twee keer zelfs om het publiek tevreden te stellen, en een laatste afscheid van onze ouders en broers, reden we weg richting het zuiden. Men realiseert zich echter niet direct dat het vertrek realiteit geworden is, in plaats van één van de vele dromen over deze memorabele gebeurtenis; iets dat zoveel gewicht en implicatie met zich meebrengt duurt enkele dagen om te bezinken.

‘Afrika in zicht’

Op onze laatste dag op Sicilië reden we naar de westelijke punt van het eiland om onze ferry te halen. Terwijl we bezig waren met het vinden van het juiste vertrekpunt, kreeg Twan een telefoontje. De lieftallige dame aan de andere kant van de lijn informeerde ons dat de ferry enkele uren later zou vertrekken en, wellicht belangrijker dan dat, uit Palermo in plaats van Trapani. Dus we reden de 100km naar Palermo, checkten in bij de vriendelijke en geïnteresseerde officieren en ambtenaren, spendeerden enkele uren in het centrum van de stad en keken het tweede deel van The Godfather in de auto totdat het schip er was en we erop konden. Het schip was spoedig gevuld met talloze lichamen op de vloer, op stoelen en andere ietwat comfortabele posities met veel kleden en slaapzakken. Ondanks verboden in zowel Arabisch als Italiaans (formeel spreek ik geen van beiden) gingen we toch naar het onderste dek om daar redelijk comfortabel te slapen in onze auto. Het enige dat niet comfortabel te noemen was aan de hele ervaring was het diep penetrerende geluid van de dieselmotoren.

De volgende ochtend liepen we, redelijk uitgeslapen, naar het bovenste dek, om er vervolgens weer bijna afgeblazen te worden door de hevige wind. Echter, ondanks de snijdende, bijna pijnlijke, wind konden we onze bestemming aan de horizon zien: de bergen van Tunesië, Afrika!

‘Libië met post-oorlogs syndroom’

De volgende ochtend stonden we vroeg op en reden de weg af naar de Libische grens. Onderweg kwamen we langs een enorm VN vluchtelingenkamp die ons stevig herinnerende aan de situatie die we in reden. […] De milities aan de grens schudde onze handen, vroegen waar we vandaan kwamen en waar we heen gingen (“transit to Egypt”) deed het overal prima ondanks de zakelijke visums).

Zodra we Libië binnen waren begon het toeteren, zwaaien en verwelkomen. Iedereen was blij ons te zien. Wij waren ook bijzonder blij om een tankstation met diesel (hier noemen ze het “NAFTA”) te vinden enerzijds omdat we niet veel meer hadden, en wellicht belangrijker om de ongelofelijk lage prijs van €0,10 per liter te bevestigen! De gastvriendelijkheid was onuitputtelijk; als men op zoek is naar de weg naar een hotel wordt men niet zomaar de juiste kant op gestuurd, of zelfs instructies gegeven, in plaats daarvan maar onder escort gereden naar het hotel, zelfs als het aan de andere kant van de stad ligt. Bij veel checkpoints werd ons ook “hulp” aangeboden, al hebben we die nooit nodig gehad. Er zijn veel checkpoints, maar je kan vrijwel altijd gewoon doorrijden en er is nooit een rij. Ik denk dat als we gevraagd hadden of ze ons in escort naar de volgende stad zouden rijden, dat ze dat geen probleem hadden gevonden. Wellicht hadden ze zelfs één van de vele tanks gebruikt die we langs de weg hebben zien staan. […] De artillerie zoals je die ook op het nieuws zien (achter op de pick-ups) staat bijna bij elk checkpoint, klaar om het nieuwe, vrije Libië te verdedigen.
[Not a valid template]

‘Duitse Militaire begraafplaats van El Alamein’

We reden El Alamein in en zagen bijna direct een Duitse begraafplaats uit de Tweede Wereldoorlog. Ons bewust van de historische significantie van deze plaats (de tweede slag waar de geallieerden wonnen, de eerste was de Slag om Engeland). We besloten te stoppen en de plaats te bezoeken. Toen we aan kwamen rijden werden we begroet door Moniem, die ons vrijwel direct uitnodigde om te kamperen op het land van zijn familie waar de begraafplaats ook op ligt. Al snel besloten we gebruik te maken van zijn gastvrijheid en twee dagen te blijven.
[Not a valid template]

‘Hij zonder plan slaapt in de woestijn’

Typisch voor het reizen zonder plan lag de volgende kans alweer om de hoek; we werden ingehaald door een man, traditioneel gekleed in een lang wit gewaad, en rijdende in de meest gebruikte auto van Noord-Afrika: de Toyota pick-up. […] Abrupt schoot de auto van de weg af de woestijn in, met geweldige snelheid over wat amper een pad was. Een moment van twijfel volgende, gevolgd door een gevoel van avontuur. Spoedig zagen we nog een andere auto aan de horizon. Wat volgende was een welkom met Egyptische thee (hele sterke thee met zoveel suiker als het water kan oplossen) met zes mannen uit Salloum (geen van allen sprak Engels) die de plek gebruikten om even te ontsnappen aan hun vrouw aan het einde van de dag. Een kampvuur van struiken werd gemaakt, er werd muziek gespeeld, gezongen, foto’s werden bekeken en filmpjes werden gespeeld (soms gruwelijk van het slachten van schapen en gevechten in naburig Libië). Ze leken ons meteen te mogen, en na een uurtje boden ze zelfs aan om te blijven eten. Een fantastische avond volgde in de woestijn met grote insecten, een alsmaar groeiend kampvuur en uitwisseling van cultuur. We keken naar de sterren en ik zag er meer dan ik ooit gezien heb. Rond middernacht klapten we onze tenten open en gingen we slapen. Een avond om nooit te vergeten.

‘Een stukje paradijs in Giza’

Als je de heuvel onder de piramides op rijdt wordt je gestopt door “toeristenpolitie” (het soort dat je een rit op een kameel wil verkopen). Zelfs als je niet wilt stoppen zal je dat moeten, want ze springen voor je auto en je zal er één dood moeten rijden om er direct door te komen. Nadat de nep-politie met onze ruitenwissers van de Landy af hadden gekregen en we ons een weg de heuvel op hadden gebaand werden we gecheckt door de echte politie en betaalden we de drie pond (€0,45) om met de Land Rover het terrein op te mogen. Het zou zeker geen overdrijving zijn om te zeggen dat ik makkelijk het dubbele had betaald, aangezien het enkele fantastische foto’s als resultaat had. Het bezoek zelf was enigszins teleurstellend aangezien het zwart zag van de toeristen en mensen die zooi proberen te verkopen aan toeristen.
[Not a valid template]

‘Wachten op de boot naar Sudan’

We zijn in Aswan aan het wachten op de ferry naar Sudan. De weg die naar Wadi Halfa leidt is jaren geleden gesloten door de Egyptenaren, waardoor er effectief een eind kwam aan de eerste trans-Afrika snelweg, ook wel bekend als de Cairo-Cape Town Highway. De vrachtboot waarop de auto’s getransporteerd worden was enkele dagen geleden al vertrokken, waardoor we moesten wachten. Om de immense kosten van het charteren van de boot te verdelen moesten we wachten op andere overlanders. Het wachten was ontspannend in de schaduw van het enorme Nubische huis van de familie Adam. We parkeerden onze auto in de voortuin, zetten onze tent op en binnen enkele dagen voelde het als thuis.
[Not a valid template]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *