De dag dat twee blanken naar mijn dorp kwamen

Chief Mulele

Posted from Livune, Western, Zambia.

Hallo, mijn naam is Chief William Muelele. Ik ben 91 jaar oud en woon in het zuidwesten van Zambia, dichtbij de Caprivistrook. Ik ben chief van een klein dorpje van veehouders en boeren. Er wonen ongeveer 50 mensen in mijn dorp, waarvan de meesten familie zijn. We hebben één groep koeien vlakbij de Caprivi, één vlakbij de rivier en één in een grasveld vlakbij. Vorig jaar kwam er een ziekte van de kant van Chiefe Kuyana’s dorp en veel van onze dieren stierven. We verbouwen ook maïs, en aangezien het regenseizoen is begonnen zijn we nu de velden aan het ploegen met twee ossen. Ik kan niet goed meer lopen, maar soms ga ik nog wel naar het veld.

Vandaag reed er een auto mijn dorp in met twee blanke buitenlanders. Ze vroegen één van mijn kleinzoons of ze hier konden slapen. Hij bracht ze naar mij, en ik bood ze een stoel aan en vroeg ze wat ze hier kwamen doen. Ze vertelden me dat ze op weg zijn naar Lusaka, de hoofdstad van mijn land, om een visum voor Angola te krijgen. Ik ben nog nooit in Angola geweest maar ze zeggen dat het vlakbij is. Lusaka heb ik vaak bezocht. Al mijn kinderen hebben hun scholing afgerond; sommigen werken op grote boerderijen, sommigen als zusters in het ziekenhuis en één is ingenieur in Lusaka. De twee blanken waren al acht maanden onderweg in hun auto met een tent op het dak. Hun reis herinnerde me aan een reis die ik ondernam toen ik hun leeftijd was. In 1944 ging ik met de trein naar Dar es Salaam in Tanzania, en vervolgens naar Caïro in Egypte, waar ik vocht voor Hilter. Ik werkte als hospik, daarom herkende ik de fles Dettol die de buitenlanders gebruikten om hun afwas te doen. Hilter verloor echter, en ik ging terug naar huis. Later kwamen de Britten en vocht ik ook voor hen, daarom heb ik twee medailles: één van Duitsland en één van de Britten. Ik heb ook nog mijn Duitse uniform, nog steeds schoon en kreukvrij, die ik draag als ik reis. Als ik mijn medailles op mijn jasje doe valt de politie me niet lastig omdat ze weten dat ik grote offers heb gebracht voor mijn land. Ik ken ook nog alle woorden van het Britse volkslied ‘God save the King’.

Ik bood de buitenlanders een kampeerplaats onder de grote boom naast mijn huis, waar ze hun tent, stoelen en tafel opzetten. Het was bijna een huis die oranje auto. Ik vroeg mijn kleinzoons om brandhout te halen, en ondertussen maakten ze sterke koffie met heel veel suiker voor mij. Later die avond speelden ze muziek met mijn kleinzoons en praatten ze met mij en de anderen die een beetje Engels spreken. Ze kookten op het kampvuur in een grote zwarte pot, en gaven mij ook een bord eten. Het was erg pittig maar heel lekker. Ze gaven de kinderen ook een bord eten om te delen. Vervolgens zegende ik hen en hun reis omdat ik Jezus Christus heb gevonden.

De volgende ochtend namen ze foto’s van mij en mijn familie, en bedankten ze ons met cadeaus. Ze zeiden dat ze misschien terug zouden komen onderweg terug van Lusaka. Ik zegende hen nogmaals en we zeiden gedag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *