Hoogtepunten van de lange reis naar het Zuiden deel 3 – Zambia tot Zuid-Afrika

South Africa

Het kostte ons vijf maanden en 25.000 kilometer om Zuid-Afrika te bereiken. We reden door soms moeilijk terrein, hadden wat tegenslag en ontmoetten veel interessante mensen. In deze driedelige serie nemen we je mee langs een aantal hoogtepunten van die lange reis naar het Zuiden. Ondertussen bereiden wij ons voor op ‘de lange reis naar het Noorden’ langs de westkust van Afrika.

‘Geen water, verlaten, niet verblijven’

We wildkampeerden hoofdzakelijk in Zambia, al gingen we soms wel naar “campings”. Eén van die campings stond in de GPS als “geen water, verlaten, niet verblijven.” Dat klonk perfect! We reden over een stoffig gravelpad tussen droog doornbos tot er een zware, roestige slagboom schuin over de weg lag. Met de ondergaande zon achter ons was het als de eerste scène uit een horrorfilm. We reden het camp op en een schriel ventje kwam naar ons toe lopen. Het eerste dat hij zei nadat we gevraagd hadden of we hier konden kamperen was: “we hebben hier geen water.” We hadden water getankt bij de vorige stop, dus we hadden een ruime 80L water aan boord. Geen probleem dus. We vroegen hem om wat brandhout, belden een mede-reiziger dat het een perfecte plek was en zetten het kamp op. We maakten een groot vuur, speelden muziek het grote, droge Zambiaanse bos en keken naar een grote baobab boom in het flikkerende licht van het vuur.

‘Westwaarts door de Caprivistrook’

Ik stapte het grenskantoor tussen Zambia en Namibië binnen met twee paspoorten terwijl Twan op de Landy lette. Nadat ik twee formulieren ingevuld heb geef ik eerst Twan’s paspoort, welke zonder problemen een stempel krijgt. Twan en ik, als twee grote, blonde, blanke jongens, lijken nogal op elkaar voor elke Afrikaan. Vervolgens geef ik mijn eigen paspoort. Na een lange pauze kijkt de stevige, vriendelijke maar strenge, zwarte dame mij aan en vraagt waar deze persoon is. Ik antwoord simpelweg: “Dat ben ik, dat is mijn paspoort.” Ze kijkt een aantal keer naar de paspoortfoto en mijn gezicht, wijst dan naar Twan’s paspoort in mijn hand en zegt: “…en… waar is die persoon?” Ik glimlach en leg uit dat hij bij de auto wacht omdat het achterdeurslot kapot is. Ze gelooft me, maar wil hem toch even zien. Ondertussen probeert ze het respect van haar collega’s te herstellen door te zeggen dat ik twee formulieren heb ingevuld en getekend, en dat dat heel erg fout is. Uiteindelijk lachen we er allemaal hartelijk om, wensen we ze een fijne dag en zeggen gedag.
[Not a valid template]
Die middag zijn we op zoek naar een slaapplek, en komen een bordje “bum hill camp” tegen. Op het bordje zit een handgeschreven briefje van een andere reiziger; er stond dat het kamp verlaten was, hoe jammer dat wel niet was omdat er veel wild zit, maar dat ze op zoek gaan naar een andere plek. Het briefje was duidelijk bedoelt voor vrienden die achter hen reden, en was vrij oud. We waren verbaasd dat ze niet verbleven hadden op dit gratis en duidelijk fantastische kamp! Het heeft platformen in de bomen van waar je uitkijkt over het bos en de rivier, er ligt overal olifantenpoep, zitten nijlpaarden in de rivier en, wellicht het mooiste van alles, er is helemaal niemand! We besloten alles voor het avondeten, inclusief braai (barbecue), het platform op te dragen. Het platform is gebouwd rond een boom, is meer dan drie meter hoog, en compleet met rottende trap. Kort na het eten hoorde we takken breken, en vervolgens marcheerde een hele olifantenfamilie het bos uit. De kleintjes waren aan het spelen, en de matriarch leidde de groep naar het water voor een verkoelend drankje en bad in de schemering. Ze bleven, ook nadat het donker was, om ons heen lopen. Die avond toen we in onze tent lagen, hoorde we de nijlpaarden zichzelf uit het koude water tillen en grazen op de kant niet ver van de Land Rover. Dat zijn de momenten dat je de veiligheid van de daktent het meest waardeert…

‘Okavango Delta, Checkpoints & Zuid-Afrika in Zicht’

Vervolgens reden we naar Maun, een stad waar de Zuid-Afrikaanse invloed al goed zichtbaar is; biltong en Windhoek bier zijn hier alweer overal te koop. Dus we sloegen wat bier en vlees in en reden verder op zoek naar een slaapplaats. Net buiten Maun kwamen we een typisch Botswaans fenomeen: een mond en klauwzeer checkpoint. Hier vroegen ze of we vlees bij ons hadden. Aangezien we ons eerste stukje goed vlees van de slager in maanden net gekocht hadden, antwoordde we beiden in koor “nee”. Gelukkig geloofden ze ons. Echter, elk quarantaine gebied moet ook een in- en uitgang hebben aan de andere kant. Een paar uur later, net voor het donker, reden we dat checkpoint in. Voordat ze konden vragen of we iets bij ons hadden zeiden we dat we echt een slaapplaats nodig hadden voor vannacht omdat het te ver was naar de volgende stad en we niet in het donker wilden rijden. Ze vergaten direct naar het vlees te vragen en zeiden dat we wel konden slapen in een klein veldje naast het checkpoint. Hier aten we ons vlees en dronken bier bij een kampvuurtje tussen de koeien en koeienvlaai.

‘Halverwege: Zuid-Afrika!’

Vijf maanden na ons vertrek uit Nederland hebben we Zuid-Afrika bereikt, halverwege onze reis. Hier zullen we 4-5 weken met onze ouders rondtrekken voordat we aan onze terugreis beginnen langs de westkust van Afrika. Daar zullen onze avonturen avontuurlijker worden, het wildkamperen wilder en onze mechanische problemen nog problematischer. De landen zullen veranderen van overwegend vriendelijk en open, naar gesloten en soms onuitnodigend. We zullen nog verder van de gebaande paden gaan. Hou de website in de gaten voor wat komen gaat!
[Not a valid template]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *