De Goudkust

Posted from Cape Coast, Central, Ghana.

“Goudkust”, zelfs de naam creëert beelden van onvoorstelbare rijkdom voor het grijpen, samen met prachtige stranden vol palmbomen en inboorlingen die het allemaal aan je voeten leggen. De realiteit was echter minder rooskleurig. De Portugezen arriveerden in wat nu Ghana is in 1471 en begonnen in 1590 met het bouwen van forten. Vervolgens bouwden of veroverden de Britten, Fransen, Nederlanders, Duitsers en Denen ook forten aan de Goudkust, waarvan de belangrijkste in Accra, Cape Coast en Elmina. Wij bezochten het bekendste fort in Cape Coast. De donkere slavenkelders herinnerden ons aan het belangrijkste exportproduct van de kolonie: slaven bedoelt voor Europa en Amerika. Onze gids leidde ons rond door het immense fort en vertelde ons over het proces die de slaven moesten ondergaan, waarbij ze soms met honderden maanden in donkere kelders werden vastgehouden voordat ze (met immense efficiëntie) aan boord de schepen geladen werden. We bezochten ook de stad Elmina, waar in 1637 de Nederlanders het onneembare Fort São Jorge da Mina op de Portugezen veroverden door simpelweg de heuvel naast het fort te beklimmen en met kanonnen het fort te bestoken totdat ze zichzelf overgaven. Interessant genoeg, vanwege het lange verblijf (tot 1871) van de Nederlanders in Elmina, hebben veel mensen er nu een Nederlandse achternaam.

De voodoo uit Hollywood films

Posted from Natitingou, Atakora, Benin.

We kwamen Benin binnen via een kleine grensovergang met Nigeria omdat de belangrijkste grenspost (Seme) een nachtmerrie zou zijn vanwege de corruptie. We reden van Lagos naar Cotonou in één dag en verbleven twee dagen bij Sander, een Nederlander die met zijn gezin in de ontspannen stad woont. De volgende dag namen we de “route de pèche” (visweg) langs prachtige stranden vol palmbomen en kleine dorpjes die druk waren om samen de vangst van de dag binnen te halen. Aan het eind van de mooie weg ligt Ouidah, berucht om zijn rol in de slavenhandel. Het ’Point of no Return’ markeert het punt waar de slaven alle banden met hun familie, cultuur en tradities verloren, en aan boord de schepen geladen werden. Het dorp herbergt enkele andere interessante plaatsen, zoals het heilige voodoo-bos en een 600 jaar oude python tempel.

De Nederlander waar we verbleven stelde voor om in Benin naar het Noorden te rijden. We namen zijn advies aan en bezochten eerst Abomey, de hoofdstad van het Dahomey Koninkrijk. We werden rondgeleid door het museum, bekeken het enorme paleiscomplex en zagen “le Roi” (de koning) uit zijn Toyota stappen omringt door priesters in kleurrijke gewaden. Abomey is ook de hoofdstad van voodoo, dus we bezochten een voodoo-priester om de rest van onze reis te laten zegenen middels het drinken van palmwijn uit een hoorn. Onze gids nam ons ook mee naar de fetisj-markt waar men alles van apenkoppen tot slangen en alligator-koppen kan kopen. Alles is dood natuurlijk, op enkele uilen na, en wordt nog dagelijks gebruikt in voodoo-rituelen. De manier waarop voodoo in Hollywood-films wordt geportretteerd met geheimzinnige rituelen, poppen met pinnen, dode dieren en enge priesters… Inderdaad, het is precies zo.

Let op! Sommige foto’s vanaf pagina 2 (van de fotogallerij hieronder) kunnen ongeschikt zijn voor mensen met een zwakke maag of voorliefde voor levende dieren, en zijn niet geschikt voor jongere bezoekers.

We reden verder noordwaarts richting Dassa en gingen vervolgens naar het Westen omdat het Noordoost-Benin nu “code orange” was vanwege terrorisme-dreiging. We gingen zo noordelijk als Natitingou en gingen toen Togo in. Dit gebied is beroemd om zijn ’tata somba’ huizen, huizen gebouwd als forten door het eigenzinnige Somba volk.

We gingen de grens met Togo over in de overtuiging dat we op de grens den 7-daags transit visum konden kopen voor 10.000 CFA. Maar dat kon niet. Er was helemaal niets op de grens. We besloten (door Togo) naar de grens oostelijk van Kara te rijden, maar die hadden ook geen visums, dus ze stempelden gewoon onze paspoorten. Vervolgens reden we naar de andere kant van het piepkleine land, waar ze ons gewoon weer stempelden. We hadden net Togo illegaal doorkruist en waren nu aangekomen in Ghana.

“Nigeria is een heel gevaarlijk land”

Posted from Lagos, Lagos, Nigeria.

“Nigeria is een heel gevaarlijk land”, is wat mensen door heel Afrika ons hadden verteld. Als we de vrije pers mogen geloven is dat ook waar. Talloze ontvoeringen in het Zuiden van het land, vooral rond Port Harcourt, hebben geresulteerd in extreme veiligheidsmaatregelen door de partijen die uiteindelijk moeten betalen: olie-maatschapijen. In het Noorden van het land ontvoeren of vermoorden Moslim fundamentalisten Westerlingen om religieuze motieven. Maar er is geen route om het land heen, dus we besloten er hard doorheen te rijden richting Lagos. De grens was niet al te lastig, maar de eerste avond ging rampzalig. We letten niet op de tijd die we nog hadden tot zonsondergang en reden per ongeluk door de stad waar we hadden moeten slapen, waardoor we in het donker een slaapplaats moesten zoeken in de chaotische stad. “Wat je ook doet, rij nooit in het donker in Nigeria”, de woorden van een ervaren expat die we ontmoet hadden in Luanda echoën door mijn hoofd. Maar afgezien van een beetje stress liep het goed af. 

De volgende dag namen we een paar verkeerde afslagen en reden we opeens door het hart van Benin City, wat leidde tot chaos en ongeloof op het gezicht van de Nigerianen. We werden zo’n honderd keer gestopt door politie. Elke keer werd er om een omkoping gevraagd zonder ook maar naar papieren te vragen. We weigerden elke keer, en soms verzon de agent dan iets als “je stuur zit in de verkeerde kant” of “je hebt teveel lichten”. Ze dreigden zelfs om de auto in beslag te nemen maar na enkele vergelijkbare loze dreigementen van onze kant (“dan ga ik nu mijn ambassade bellen”) verdwenen onze problemen zo snel als ze gekomen waren. Uiteindelijk, na twee lange dagen rijden, kwamen we aan in Lagos – de stad die men mijdt in Afrika als ebola of Somalië.

In Lagos waren we uitgenodigd door Jaco, een Zuid-Afrikaan die werkt voor een groot accountantskantoor. Hij vertelt dat hij houdt van de constante uitdagingen die de stad hem stelt: doorlopende stroomuitval, geen water, ongelofelijk hoge prijzen, tekorten van andere orde en het meest chaotische en verstopte verkeer ter wereld. We verbleven in zijn huis, elk onze eigen kamer met badkamer, met het snelste internet op de westkust en een kok (Robert) die van elke maaltijd een feest maakt. Jaco liet ons het economisch centrum van Nigeria zien in al zijn rijkdom en kreupelende armoede. We bezochten ook de “jungle” van Lagos, opgezet door het olieconcern Chevron.

Jaco had ons uitgenodigd om mee te gaan naar het grootste expat feest van het jaar in Lagos, waardoor het waarschijnlijk ook wel de grootste van Nigeria is, en dus heel Afrika. Ongeveer 30 landen hadden elk hun eigen tent met onbeperkt eten en drinken, en op het podium deed elk land een kort optreden. Na twee uur zaten we tjokvol met Franse kaas, Duitse worst, Nederlandse kaas, Griekse baklava en Zuid-Afrikaanse boereworst. We zagen vrijwel niets van de optredens en werden dronken van het Heineken bier van de Nederlanders, de rum-cola van de Latijnse tent en Franse wijn. Twan, na maanden van alleen zijn eigen drankje inschenken, haalde zijn hart op door barman te spelen in de Nederlandse tent. We gingen naar huis, sliepen onze roes uit, en gingen door met het in orde maken van de auto en halen van visas.

Mount Kameroen beklimmen

Posted from Buea, Southwest, Cameroon.

In Kameroen reden we naar Yaoundé, wellicht één van de meest chaotische steden van Afrika. Het verkeer is absolute anarchie en de mensen zijn luidruchtig. Kameroen is het meest corrupte land tot nu toe op onze reis; we werden zeer vaak door politie gestopt en om omkopingen gevraagd, al reden we ook vaak zwaaiend door. In Yaoundé verbleven we enkele dagen bij Armel en Regina en hun nieuwgeboren zoontje. We probeerden de ambassade van Benin te vinden om een visum aan te vragen, maar die bleek in Douala te zitten. We besloten hem dan maar in Nigeria aan te vragen. We reden vervolgens via Douala naar Buea aan de voet van Mount Kameroen. In Buea ontmoette we Mieke en Hannah, twee Nederlandse dames die voor de NGO Livebuild werken. We hadden een hele leuke tijd met ze in het enorme huis, met Nederlands eten, leuke activiteiten en veel vrienden, waaronder veel Amerikaanse Peacecorps vrijwilligers.

We regelden dat we in twee dagen de berg konden beklimmen, al was het advies om het in drie dagen te doen. ’s Morgens vroeg kwamen we aan met slaapspullen, kleding, snacks en wat andere spullen bij de ontmoetingsplaats. Hier werden we voorgesteld aan onze drie dragers en gids Henry. Spoedig begonnen we aan onze klim, beginnende met een eenvoudig eerste deel door de jungle naar hut 1 in een paar uur. Na hut 1 kwamen we spoedig de jungle uit en liepen op de savanne naar een tussenliggende hut. Vanaf daar begint het meest lastige stuk van de tocht over steil en verraderlijk terrein. De rotsen glijden steeds weg onder je voeten, dus de truc is om alleen op de graspollen te staan. We zaten ondertussen al boven het wolkendek en hadden af en toe prachtige uitzichten over de berg boven ons en het bos onder ons. Na enkele uren klimmen kwamen we aan bij ‘de magische boom’; vanaf hier wordt de klim eenvoudiger en is het een eenvoudige wandeling tot hut 2, waar we die nacht zouden overnachten. Hut 2 bestaat uit drie kamers met een platform boven de grond waarop je kan slapen. We hadden een goede maaltijd, rustten even en toen kwam Lars. Lars is een Noor en ervaren bergbeklimmer die al 63 bergen heeft beklommen, elk de hoogste van een bepaald land. Mount Cameroon was lang niet de hoogste die hij beklommen had, maar hij heeft zijn vrouw beloofd dat hij niet boven 8.000 meter zal klimmen. Dus geen Everest en geen K2 voor Lars. Hij heeft echter wel het hoogste punt van Vaticaanstad beklommen, wat een klein heuveltje in de tuin is waar hij van de gids op mocht gaan staan.

De volgende dag begonnen we net na zonsopkomst met onze klim naar hut 3 en vervolgens naar de top. Kort na ons vertrek uit hut 2 merkten we al dat er minder zuurstof in de lucht zit op deze hoogte, dus we pastten onze pas aan. Na een korte pauze bij hut 3 liepen we over een maanachtig landschap naar de top op 4095 meter, die we bereikten rond het middaguur. Het was heel koud en winderig op de top, dus we deden snel alle kleding die we bij ons hadden aan. Vervolgens dronken we een whiskey met Lars op onze eerste en zijn 64ste berg. Bij redelijk helder weer waren de uitzichten vanaf de top adembenemend.

Nadat de feestelijkheden klaar waren realiseerden we ons dat we vandaag nog helemaal naar beneden moesten, we hadden tenslotte de 2-daagse in plaats van 3-daagse klim genomen. Dus we begonnen af te dalen naar hut 3, rustte even, en gingen vervolgens terug naar hut 2 voor een grote lunch en om onze met blaren bedekte voeten te verzorgen. Vervolgens gingen we door en waren we minder bij met het zien van ‘de magische boom’, omdat de boom het begin van het zwaarste deel van de afdaling markeerde. Op een gegeven moment krijg je wat ritme in de afdaling, maar we waren toch erg blij toen we de tussenliggende hut zagen en terug de jungle in konden. Nadat we een paar uur door de jungle liepen, met een korte pauze bij hut 1, bereikten we de plaats waar we de vorige dag onze klim waren begonnen net voor zonsondergang. We bedankten onze gids en dragers, namen een taxi en reden terug voor een welverdiende rust. Het was ook een gedwongen rust, want we konden twee dlsagen bijna niet lopen.

Als jij ook Mount Kameroen wil beklimmen, neem dan contact op met Hady Guiding Servers via (+237) 77 43 03 01 of (+237) 93 85 03 49. De meeste gidsen en dragers zijn studenten die het werk doen om hun studie te bekostigen.

Vliegen in de jungle

Posted from Franceville, Haut-Ogooue, Gabon.

De weg van Congo naar Gabon is erg ruig. Enorme vrachtwagens bouwen een weg die de twee landen moet verbinden, maar terwijl ze dat doen creeëren ze diepen geulen in het zand. Diep genoeg om het differentieel van de Land Rover een nieuwe geul te laten graven tussen de twee bestaande geulen, en regelmatig tractie te verliezen omdat de wielen de grond bijna niet meer raken. Van de grens reden we naar Franceville, waar we Flavie zouden ontmoeten. Flavie woont zo’n 45 kilometer buiten Franceville op een suikerriet plantage als onderzoekster. We kregen een toer van de plantage: de eindeloze rijen suikerriet, de zware machines die ze gebruiken om te oogsten, de vliegtuigen die ze gebruiken voor het verspreiden van chemicaliën en de kleine stad die de arbeiders van de plantage huisvest. De volgende dag werden we uitgenodigd om mee te gaan vissen nabij Franceville met enkele vrienden. Het was een gezellige dag, en we hebben zelfs nog wat vis gevangen door te vliegvissen. Dan zijn die vliegen toch nog ergens goed voor.

Een dag later lieten we Franceville en de plantage achter ons en baanden ons een weg door de dichte jungle van het binnenland. Op een gravelweg nabij Lopé viel de plug van het achter-differentieel in het differentieel waardoor de achterwielen compleet blokkeerden en we met piepende banden tot stilstand kwamen. Met af en toe een langsrazende vrachtwagen, die hopelijk onze waarschuwingsdriehoek heeft gezien, gingen we aan het werk om de beschermkap te verwijderen en de restanten van de vermalen plug te verwijderen. Terwijl we werken in de brandende zon in de vochtige jungle verzamelen zich miljoenen vliegjes op onze gezichten, benen en alle andere onbedekte lichaamsdelen om zich tegoed te doen aan het zweet. Zelfs de lokale bevolking leek langzaam gek te worden van het gekriebel. Nadat we snel het differentieel weer in elkaar gezet hadden gingen we weer verder, en vonden een permanente oplossing in het plaatsje Lopé. Niet veel verder gingen we voor de derde keer op onze reis de evenaar over. Via Oyem reden we vervolgens door naar Kameroen.

Het Brazza leven

Posted from Brazzaville, Brazzaville, Congo.

Het leven in Brazzaville is langzaam. Iedereen gaat overdag rustig z’n gang, maar ’s avonds komt de stad tot leven in een mix van zingen, eten, praten, drinken en dansen. Wij verbleven bij Chantal en Florence, twee leraressen op de Lycée Français (Franse school) die we gevonden hadden via CouchSurfing. Overdag waren we druk met het repareren van de Land Rover en het aanvragen van de visums voor Nigeria, Gabon, Kameroen en Ghana; en ’s avonds gingen we mee naar clubs met Primus bier, voedsel dat twee uur duurt, fantastische muziek en goed gezelschap.

Elke overlander die door Brazzaville komt stopt bij Hotel Hippocampe. Olivier leidt dit luxe hotel en restaurant in het hart van Brazza, en is zo aardig om overlanders een gratis kampeerplaats te bieden. Zijn gastenboek is z’n gewicht in goud waard want het staat vol met waardevolle informatie. We waren dus niet echt verbaasd toen we er Jos aantroffen, een Nederlander die met zijn Volkswagen Kever langs de westkust van Afrika naar het zuiden rijdt. Er zijn niet veel overlanders in West-Afrika, in tegenstelling tot de oostkust waar grote groepen avontuurlijke Europeanen reizen in auto’s en op motoren. Na een paar dagen in Brazzaville zijn we klaar om naar Gabon te gaan.

Over de Congo

Posted from Luozi, Bas Congo, Democratic Republic of the Congo.

We hebben een alternatief gevonden voor de ferry van Kinshasa naar Brazzaville: ongeveer 150 kilometer voor Kinshasa, zo’n 10 kilometer voor Kimpese, ligt een weg die in noordelijke richting loopt richting het dorpje Luozi. De weg begint als een redelijke gravelweg die leidt naar een kleine ferry over de legendarische Congo rivier. Deze ferry, in tegenstelling tot het alternatief in Kinshasa van $600-800, kostte ons maar $15 zonder te onderhandelen. Terwijl we wachtten op de ferry vulden we de auto met diesel uit jerrycans (uit Angola), totdat we ontdekten dat de tank behoorlijk lekte. De kinderen van het dorp verzamelde snel elke container die ze konden vinden en vingen de diesel op. Al snel waren er enkele halve liter flesjes gevuld, die de slimme kinderen vervolgens aan ons terug probeerden te verkopen. De diesel was ondertussen te verontreinigd voor onze motor, maar elke lokale vrachtwagen zou het gerust van ze kopen. We namen de laatste overtocht van de dag, dus we kwamen pas vrij laat aan de overkant van de rivier in Luozi aan. Er is een Katholieke missie waar we die nacht overnachtte. De volgende dag begon het serieuze deel van de route, want de weg veranderde in een uitdagend offroad-pad die niet in combinatie met regenval geprobeerd moet worden. Er waren wat grensformaliteiten in Luozi, Boko en enkele andere plaatsen. Af en toe was er een verzoek om een steekpenning, maar het was eigenlijk vrij eenvoudig. Het meest uitdagende was wellicht nog om de dronken grensbeambten het casino uit te krijgen en voor ons de poort open te laten maken. Op de grens tussen de Democratische Republiek Congo (Congo-Kinshasa) en de Republiek Congo (Congo-Brazzaville) staat een imposant groot betonnen blok die de scheiding tussen de voormalig Belgische en Franse koloniën markeert. We brachten de nacht door in Boko en de volgende dag reden we door naar Brazzaville.

Bonjour Congo Democratique

Posted from Kinshasa, Kinshasa, Democratic Republic of the Congo.

Er werd ons geadviseerd om een kleine Luvo grensovergang te gebruiken om de Democratische Republiek Congo (of: DRC, Congo-Kinshasa of Congo Democratique) in te gaan in plaats van de grote corrupte Matadi. En inderdaad, de grensovergang ging vrij gemakkelijk. De Angolese kant duurde even met checkpoints van de politie, het leger, immigratie, militaire politie, douane en gewoon verveelde soldaten. Ze wilden alles van ons weten, van ons gewicht tot de namen van onze ouders, en alles werd netjes genoteerd in het registratieboek. Het aantal boeken met onze namen erin is al lang ontelbaar, en ik vraag me soms af wat er met deze boeken gebeurd. In Europa komt mijn naam natuurlijk ook in duizenden computersystemen voor, maar daar kan je hem tenminste terugvinden. In deze wirwar van fout geschreven Europese namen in onleesbaar handschrift lijkt een zinloze oefening.

Aan de DRC zijde van de grens werden we vriendelijk begroet door een groep mensen in allemaal een ander uniform. Hier kregen we onze eerste proefje Frans, want na enkele weken alleen “não falo Portuguese” (ik spreek geen Portugees) zeggen in Angola, konden we nu mondjesmaat communiceren. In een klein kantoortje werden onze paspoorten gestempeld door een opgewekte immigratieofficier, en ook douane ging gemakkelijk. Zodra je de DRC binnen rijdt stopt de geasfalteerde weg en veranderd het in een modderig pad. De normale weg begint pas weer als je bij de enige hoofdweg door het land (tussen Matadi en Kinshasa) komt.

Er zijn twee manieren om de Congo rivier over te komen naar de Republiek Congo (of Congo-Brazzaville): je neemt de ferry van Kinshasa naar Brazzaville voor een belachelijke prijs; of je rijdt de lastige maar prachtige Luozi-route. Die route is echter niet begaanbaar als het regent, en wij zaten aan het begin van het regenseizoen. Wij kozen toch voor de laatste optie, hopende de $600-1000 voor de ferry te besparen. Echter, één van de bushes die de ophanging aan het chassis verbindt heeft het begeven, en die moeten we vervangen voordat we aan de route beginnen. Misschien dat we dan toch naar Kinshasa moeten…?

We reden Kimpese binnen, een kleine maar typische Afrikaanse stad. Ik zie een Land Rover en gebaar naar hem om te stoppen. In mijn beste Frans vraag ik aan hem of hij misschien weet waar we het onderdeel kunnen kopen. Hij zegt dat hij wel een monteur kent die kan helpen. We volgen hem naar de Katholieke Missie waar de monteur snel het probleem, samen met enkele andere problemen, identificeert en hij zegt dat hij ze kan verhelpen. De rest van de dag spenderen we aan het kopen en vervangen van onderdelen. ’s Nachts slapen we in de tent in de garage en vragen we ons af waarom we ons zoveel zorgen maakten om dit land.

De volgende ochtend gaan we naar de lasser en kopen we voorraad voor de Luozi route. Als het regent terwijl we op de route zitten moeten we wachten tot alles opgedroogd is, dus we vullen onze watertank en slaan extra voedsel in. Ook verzamelen we wat waardevolle informatie van de locals voordat we weer de weg op gaan.

Angola deel 4 – De diepste wateren zijn riolen

Posted from Luanda, Luanda, Angola.

We rijden Benguela uit via Lobito naar Luanda en stoppen één nacht op een prachtig strand in Porto Amboim op een prachtig strand. Luanda is echter een nachtmerrie. De stad is een mix van corrupte ambtenaren, een onophoudelijke file en serieus off-road rijden. Het diepste water waar we gedurende deze trip doorheen gereden zijn was stinkent rioolwater in de straten van Luanda. Gelukkig had een vriend, George, ons uitgenodigd om een nacht op zijn bank door te brengen. Hij woont midden in het centrum van de stad in een groot appartementen-complex. Hij loopt elke dag naar zijn baan bij een groot oliebedrijf omdat rijden in deze stad “crazy” is. Gelukkig heeft het gebouw een parkeergarage en kunnen we dus de auto veilig stallen. ’s Avonds duiken we in de olie expat gemeenschap in de op twee na duurste stad ter wereld. Het is er echt ongelofelijk duur: een biertje is $5-6, vijf tomaten kosten op straat $2, een normale pizza is $25 en een goedkope hotelkamer kost je minimaal $400 als je er één kan vinden.

Het kost ons twee uur om de enorme stad uit te rijden richting N’zeto. We kampeerden nog één keer op het strand voordat we het binnenland in gaan richting Bwanza-Kongo en Angola’s noordelijke grens over een geasfalteerde weg. Naarmate we meer het binnenland in reden werd de jungle dichter, het werd warmer en vochtiger. We naderden het land waar we al talloze keren voor waren gewaarschuwd en een reden voor zorgen vanaf het begin: de Democratische Republiek Congo.

Angola deel 3 – Batterijen laden in Benguela

Posted from Benguela, Benguela, Angola.

Vroeg in de middag arriveerde we in Benguela. We probeerden onze vriend van de grens, Carlos, een paar keer te bellen maar hij gaat direct naar voicemail. We rijden door de stad, doen wat inkopen en proberen hem nog een paar keer te bellen. Het is een mooie stad, maar er zijn geen campings en een budget hotel kost een klein fortuin in Angola. Dus we besloten de stad weer uit te rijden en zette kamp op zo’n 30 kilometer buiten de stad op een verlaten stukje land en eten snel iets.

Terwijl we koffie maken gaat de telefoon: het is Carlos. Hij legt uit dat hij de stad uit was maar nu onderweg naar huis is, en als we willen kunnen we bij hem slapen. Beter dan wildkamperen, en we zijn er zojuist achter gekomen dat we wat technische problemen hebben, dus we pakken snel in en rijden in het donker terug de stad in. Afrika komt echt tot leven ’s nachts; mensen hebben thuis weinig ruimte en veel mensen hebben geen stroom, dus als de zon onder gaat lopen de straten vol. Mensen eten, drinken, praten, dansen en roepen naar voorbijkomende blanke toeristen. We ontmoeten Carlos bij een tankstation en rijden naar zijn huis. We ontmoeten zijn vrouw en dochters, eten Portugees en slapen in een echt bed. De twee daarop volgende dagen gaan we naar een monteur die de problemen rond de auto verhelpt, we gaan een paar keer uit eten en hebben een hele leuke tijd met Carlos en zijn familie. We rijden Benguela uit met een gerepareerde auto, een nieuwe vriend en onze batterijen weer helemaal opgeladen.