West-Afrika

Visums, visums, visums

Posted from Eindhoven, North Brabant, The Netherlands.

Terwijl visums voor landen langs de oostkust van Afrika relatief eenvoudig zijn, kan de westkust een absolute nachtmerrie worden. We hebben een lijst gemaakt met visum-informatie, met name waar we welk visum gekregen hebben, de kosten, benodigde documenten en de duur van aanvraag. Download het bestand hier. Hierbij nog vier waardevolle tips voor het aanvragen van visums:

  1. Zaken veranderen, dus check altijd alles van tevoren!
  2. Je hebt normaal altijd paspoortkopieën nodig en enkele pasfoto’s (bij voorkeur met witte achtergrond).
  3. Veel ambassades weigeren je te helpen omdat je geen inwoner bent van het land waar je je bevindt; probeer ze te overtuigen om je toch te helpen, haal een brief bij je eigen ambassade met verzoek om medewerking of probeer met de ambassadeur te spreken.
  4. Probeer het visum voor een land al te hebben voordat je het land inreist dat direct voor dat land ligt – de visumkosten liggen daar vaak hoger omdat het dichtbij ligt, er veel zakenmensen heen reizen en je simpelweg geen keuze meer hebt.

Veel succes voor jullie allen! Jullie zullen het nodig hebben…

Senegambia

Posted from Serrekunda, Banjul, The Gambia.

We gingen de grens met Guinea over en reden Senegal in. Na meer dan een week reizen door het ruige Ivoorkust en Guinee, waren we nu weer in de beschaving. Voor elke andere persoon zou het echter waarschijnlijk gewoon Afrika zijn. De weg was opeens uitstekend – gesponsord door de vrijgevige mensen van de Europese Unie. Ook kwamen we andere overlanders tegen en waren luxes zoals internet opeens weer beschikbaar. We reden de Casamance in, een provincie die tientallen jaren om onafhankelijkheid heeft gevochten, en al snel werden de perfecte wegen heel erg slecht. Deze provincie had duidelijk de wegen met meer asfalt dan gaten niet verdiend. We probeerden van de weg af te komen door noordelijk Gambia in te gaan, maar de ferry over de Casamance rivier rekende belachelijke prijzen. Achteraf was de ferry wellicht toch het geld waard, want de weg naar Ziguinchor werd nog slechter. Het werd zo erg dat we overwogen om onze trots te slikken en terug naar de ferry te gaan. Uiteindelijk bereikten we echter toch de hoofdstad van het Zuiden en werden we beloond met een mooie camping van een aardige Franse mevrouw. Vanaf daar zou het een eenvoudige rit zijn naar Gambia, het kleine landje omsloten door Senegal. Voor beide landen hadden we geen visum nodig en was er relatief weinig bureaucratie. In de jaren ’80 hebben Senegal en Gambia geprobeerd om een confederatie te vormen: Senegambia. Dat initiatief is echter nooit echt van de grond gekomen.

We reden rustig richting Serrekunda, waar we uitgenodigd waren door een Duitse mevrouw (Anna) om op haar terrein te kamperen. Ze was erg gastvrij en belde direct een monteur toen ze hoorde dat we er één nodig hadden. We konden onze stapels vieze kleding en beddengoed wassen, en kregen een kans om de auto goed te wassen. Gambia bood ons de mogelijkheid om onze zaken op orde te brengen voordat we de Sahara in gingen. We kregen er ook ons visum voor Mauritanië in Serrekunda: een transit visum voor slechts drie dagen. Voor de aanvraag moesten we echter de exacte inreisdatum aangeven. Het transit visum scheelde veel geld (€45 in plaats van €94), dus we kozen een veilige datum waarop we het land binnen zouden komen.

Gambia is een toeristische bestemming synoniem met mannelijke prostitutie, marihuana en eindeloze hoeveelheden “bumsters” (ritselaars). De toeristen zijn vooral Europeanen uit de lagere klassen van de bevolking die naar Gambia komen voor wat plezier. Vrouwen van middelbare leeftijd huren jonge zwarte mannen voor wat plezier, en nemen ze soms zelfs mee naar Europa om ze te trouwen. Vrouwelijke prostitutie is minder prominent, maar voor 500 Dalasi (minder dan €15) kan je kiezen uit de mooiste vrouwen van West-Afrika. In realiteit zijn de meeste mensen erg arm en wanhopig – toeristen zijn een uitstekende, of zelfs de enige, bron van inkomsten.

Arm en vergeten Guinee

Posted from Labe, Labé, Guinea.

Vergeten door de rest van de wereld, maar toch trots om Guineeërs te zijn. Rijk aan natuurlijke bronnen, maar toch één van de armste landen ter wereld. Na onafhankelijk zeiden ze “au revoir” tegen Frankrijk terwijl President Ahmed Sékou Touré het land in een socialistische richting stuurde, waardoor het land diep geïsoleerd werd van de rest van de wereld. Hij leidde het land tot 1984 toen een militaire staatsgreep zijn regeerperiode beëindigde. Door de geïsoleerde staat van het land en de corruptie ontving Guinee tot onlangs weinig ontwikkelingshulp, ondanks dat de bevolking rg te leiden had. Recentelijk is het land opener geworden en Chinese wegen verbinden nu het land dat ongeveer zo groot is als het Verenigd Koninkrijk. De wegen komen vaak helemaal niet voor op een kaart, en als ze wel op een kaart staan klopt het pad en het wegdek vaak totaal niet. Bijna niemand komt hier op eigen initiatief, dus waarom zou Michelin of elke andere cartograaf het überhaupt proberen? Buiten de hoofdstad Conakry zijn er weinig faciliteiten behalve het absoluut nodige. Als je van de hoofdweg af gaat hebben veel mensen nog nooit een blanke gezien en is er geen gedeelde taal om te communiceren. De geografie van Guinee is prachtig: dikke bossen, indrukwekkende bergen en droge savanne. We zagen bavianen, leguanen, apen en, net voordat we in het droge noordwesten van het land kwamen, een chimpansee met twee baby’s. We verlieten het land met de vraag hoe zo’n prachtig, rijk en vriendelijk land tegelijkertijd zo arm en vergeten kan zijn.

De perfecte Franse kolonie: Côte d’Ivoire

Posted from Yamoussoukro, Lacs, Côte d'Ivoire.

We gingen de grens met Ivoorkust (Côte d’Ivoire) over en binnen enkele uren reden we Abidjan binnen. Een Manhattan-achtige stad die rijst uit de armoede en reconstructie van enkele burgeroorlogen. We reden er langs in verbazing. De weg naar het Noorden wordt een bijna Europese tweebaans-snelweg in bijna perfecte staat – uniek in West-Afrika. Ivoorkust was het toonbeeld van de voormalig Franse kolonie onder President Houphouët-Boigny, die sterk op Frankrijk steunde voor economische steun en advies. Frankrijk was in staat om te doen (behalve in Guineé) waar de Britten nooit toe in staat waren: een gezonde relatie onderhouden met voormalige koloniën. Daarom werd Ivoorkust, voor het begin van de burgeroorlogen, beloont met infrastructuur, een grotere Franse gemeenschap dan tijdens de kolonisatie en veel buitenlandse investering.

Voor het grootste deel is Ivoorkust een oninteressant land met weinig te bieden voor toeristen, dus we reden er in enkele dagen doorheen. We maakten een korte stop in Yamoussoukro, wat gek genoeg de hoofdstad van het land is, ondanks dat het vele malen kleiner is dan Abidjan. President Houphouët-Boigny werd hier in 1905 geboren en regeerde zijn land van 1960 tot zijn dood in 1993. Daarom pompte hij enorme hoeveelheden geld in wat voorheen een klein, onbelangrijk stadje was. In 1985 begon hij de bouw van een project die de megalomane staat van veel presidenten in dit deel van de wereld zou definiëren: zijn “Basilique Notre-Dame de la Paix”. De enorme basiliek is een kopie van de Sint-Pieter Basiliek in Vaticaanstad, al is hij iets hoger met 158 meter. De kosten van de bouw worden geschat op $300 miljoen, die hij zelf opgehoest zou hebben. De kleurrijke ramen omgeven de 7.000 individueel met airconditioning uitgeruste stoelen. In totaal biedt de kerk plaats voor 18.000 mensen, en is erkent als de grootste kerk ter wereld. Houphouët-Boigny wilde met het project bewijzen dat Afrikanen ook in staat zijn om dezelfde wonderen te bouwen als Europeanen, echter werden alle belangrijke functies tijdens de bouw vervuld door niet-Afrikanen en werden alle complexe bouwmaterialen (zoals de glas-in-lood ramen) uit Frankrijk gehaald. Het feit dat hij zijn arme bevolking jaren had kunnen voeden en van onderdak had kunnen voorzien lijkt niemand iets uit te maken. In Afrika beslist de Grote Man.

Nog steeds verdeeld op etnisch, politiek en religieus vlak bestaat uit land uit Noord en Zuid. De VN heeft een neutrale zone gecreëerd tussen beide kampen in een strook van West naar Oost. Enigszins geschokt door de indrukwekkende VN aanwezigheid in de regio reden we Duekoué in. Er waren VN kampen, zwaar bewapende trucks en overal blauwhelmen. We kampeerden die nacht in de veiligheid van een hotel, en de volgende dag gingen we vroeg op weg naar Guineé.

De Goudkust

Posted from Cape Coast, Central, Ghana.

“Goudkust”, zelfs de naam creëert beelden van onvoorstelbare rijkdom voor het grijpen, samen met prachtige stranden vol palmbomen en inboorlingen die het allemaal aan je voeten leggen. De realiteit was echter minder rooskleurig. De Portugezen arriveerden in wat nu Ghana is in 1471 en begonnen in 1590 met het bouwen van forten. Vervolgens bouwden of veroverden de Britten, Fransen, Nederlanders, Duitsers en Denen ook forten aan de Goudkust, waarvan de belangrijkste in Accra, Cape Coast en Elmina. Wij bezochten het bekendste fort in Cape Coast. De donkere slavenkelders herinnerden ons aan het belangrijkste exportproduct van de kolonie: slaven bedoelt voor Europa en Amerika. Onze gids leidde ons rond door het immense fort en vertelde ons over het proces die de slaven moesten ondergaan, waarbij ze soms met honderden maanden in donkere kelders werden vastgehouden voordat ze (met immense efficiëntie) aan boord de schepen geladen werden. We bezochten ook de stad Elmina, waar in 1637 de Nederlanders het onneembare Fort São Jorge da Mina op de Portugezen veroverden door simpelweg de heuvel naast het fort te beklimmen en met kanonnen het fort te bestoken totdat ze zichzelf overgaven. Interessant genoeg, vanwege het lange verblijf (tot 1871) van de Nederlanders in Elmina, hebben veel mensen er nu een Nederlandse achternaam.

De Choggu Yapalsi Islamitische Basisschool

Posted from Tamale, Northern, Ghana.

Ongeveer zeven jaar geleden heb ik, Twan, geld ingezameld bij familie en vrienden om een school te bouwen in Tamale. Ik was destijds 17 jaar oud en reisde alleen naar het droge, stoffige, Islamitische Noorden van Ghana om daar een verschil te maken in het leven van de kinderen in de arme Yapalsi-wijk van Tamale. In 12 weken heb ik daar toen de Choggu Yapalsi Islamitische Basisschool neergezet met de hulp van lokale ouderen, het gastgezin van Steven en aannemer Hassan.

Nu, zeven jaar later, rijden we weer de stad binnen. Het is onherkenbaar, als een andere wereld. De laatste keer dat ik hier was reed ik rond op een fiets en voelde de stad als een vriendelijk dorp. Nu is het een wirwar van winkeltjes, auto’s, supermarkten, internet cafés en ontwikkelingsorganisaties. In zeven jaar is Tamale veranderd van een dorp in een volwaardige stad, de grootste in Noord-Ghana. Opeens realiseer ik me dat het heel lastig gaat worden om de mensen te vinden die ik hier wil ontmoeten.

We gaan op pad in de Land Rover. Eerst moeten we de juiste wijk zien te vinden. Dat lukt ons snel genoeg, want de wijk ligt ten Noorden van de universiteit. Wat vroeger akkerland was is nu volgebouwd, en wat voorheen ronde omheinde modderhutten waren zijn nu vierkante huizen met golfplaten daken. We spreken iemand aan en vragen naar Steven, de vader van mijn oude gastgezin. Iedereen kent iedereen, dus tien minuten later zit ik bij Steven in zijn nieuwe huis bij te praten. Hij vindt het prachtig, net als ik, om elkaar weer te zien. Hij heeft door de jaren meer dan 20 vrijwilligers in huis gehad, maar is daar ondertussen mee gestopt, wellicht omdat zijn vrouw is overleden. Een foto van de vriendelijke dame die altijd mijn fufu kookte hangt triomfantelijk tussen de Ajax-vlaggetjes op de muur. Steven ziet er precies hetzelfde uit maar was mentaal een stuk ouder geworden.

Steven gaf ons aanwijzingen om bij de school te komen, dus we rijden nu door de stoffige straten en krijgen steeds aanwijzingen van verschillende mensen. Een paar minuten later stoppen we voor een paar huizen – hier moet het ergens zijn. Twee lokale jongens lopen met ons mee. We lopen tussen de huizen naar de school en ik zie het gebouw opeens: hetzelfde golfplaten dak, de stenen ramen met gaten en het bord “Choggu Yapalsi Islamic Primary School”. Alle hel barst los. Honderden kinderen zwermen uit de klaslokalen bij het zien van twee blanken, en worden gek bij het zien van de fotocamera. We proberen met de docenten te praten, één kent zelfs mijn naam nog! De ouderen worden opgetrommeld. Handen worden geschud met mannen in lange gewaden en typische Moslim-hoedjes. Het is chaos. Na alle formaliteiten geven ze aan een formeel welkom te willen organiseren. Dat is prima, dus we spreken af dat ik overmorgen terugkom.

We lopen het schoolplein af, doof van het geschreeuw en nog enigszins in schok van de hoeveelheid mensen die er opeens waren. We gaan op zoek naar Hassan, en vinden hem snel genoeg bij het nieuwe gastenverblijf van KidzActive, de organisatie waar hij mee werkt. We mogen bij hem thuis slapen, krijgen ’s avonds heerlijk eten en gooien zijn hele planning overhoop. De volgende dag gaan we met Hassan naar een winkel om schoolspullen te kopen. We krijgen een doos vol voor een goede prijs. We gaan ook naar de souvenir markt om eindelijk eens wat mooie souvenirs te kopen, en eten bij Sparkles – destijds dé plaats voor vrijwilligers. Het is allemaal hipper en moderner, maar nog steeds dé plaats in Tamale voor vrijwilligers.

Het is 10 uur en dus de hoogste tijd om naar de school te gaan. We zijn al echten Afrikanen en dus iets te laat. We rijden met de Land Rover het schoolplein op en opnieuw bestormen hordes kinderen ons. Ze willen pennen en ballonnen, maar bovenal op de foto met hun Koran. De ouderen, docenten, ouders en andere gasten wachten geduldig onder een afdak. Na het schudden van handen beginnen de speeches. De Imam, schooldirecteur en enkele andere belangrijke mensen speechen in Dagbani terwijl Hassan zeer nauwkeurig vertaald. Jeffrey houdt zich afzijdig waardoor hij foto’s kan nemen, tot ergernis van enkele ouders. Na de eerste ronde speeches pakken Hassan en ik de doos met schoolspullen en pakken hem uit op tafel. Alles wat uit de doos komt wordt hardop genoemd door een strenge dame: pennen, potloden, schoolkrijt, schriften, gummen, puntenslijpers etc. Uiteindelijk staat de tafel vol en volgt er een applaus. De kinderen zingen een mooi lied onder leiding van een docente. Als bedankje krijgen de kinderen nog wat ballen gesponsord door De Koning Adviesgroep en ballonnen. Ik had het al verwacht: er breken vechtpartijen uit om de ballen waarbij zelfs de docente de controle over de kinderen volledig verliest. Uiteindelijk komen de kinderen weer tot rust, bedanken we iedereen nogmaals, maken nog wat foto’s en vertrekken weer. Een vermoeiende en interessante dag, en het is nog niet eens middag!

De voodoo uit Hollywood films

Posted from Natitingou, Atakora, Benin.

We kwamen Benin binnen via een kleine grensovergang met Nigeria omdat de belangrijkste grenspost (Seme) een nachtmerrie zou zijn vanwege de corruptie. We reden van Lagos naar Cotonou in één dag en verbleven twee dagen bij Sander, een Nederlander die met zijn gezin in de ontspannen stad woont. De volgende dag namen we de “route de pèche” (visweg) langs prachtige stranden vol palmbomen en kleine dorpjes die druk waren om samen de vangst van de dag binnen te halen. Aan het eind van de mooie weg ligt Ouidah, berucht om zijn rol in de slavenhandel. Het ’Point of no Return’ markeert het punt waar de slaven alle banden met hun familie, cultuur en tradities verloren, en aan boord de schepen geladen werden. Het dorp herbergt enkele andere interessante plaatsen, zoals het heilige voodoo-bos en een 600 jaar oude python tempel.

De Nederlander waar we verbleven stelde voor om in Benin naar het Noorden te rijden. We namen zijn advies aan en bezochten eerst Abomey, de hoofdstad van het Dahomey Koninkrijk. We werden rondgeleid door het museum, bekeken het enorme paleiscomplex en zagen “le Roi” (de koning) uit zijn Toyota stappen omringt door priesters in kleurrijke gewaden. Abomey is ook de hoofdstad van voodoo, dus we bezochten een voodoo-priester om de rest van onze reis te laten zegenen middels het drinken van palmwijn uit een hoorn. Onze gids nam ons ook mee naar de fetisj-markt waar men alles van apenkoppen tot slangen en alligator-koppen kan kopen. Alles is dood natuurlijk, op enkele uilen na, en wordt nog dagelijks gebruikt in voodoo-rituelen. De manier waarop voodoo in Hollywood-films wordt geportretteerd met geheimzinnige rituelen, poppen met pinnen, dode dieren en enge priesters… Inderdaad, het is precies zo.

Let op! Sommige foto’s vanaf pagina 2 (van de fotogallerij hieronder) kunnen ongeschikt zijn voor mensen met een zwakke maag of voorliefde voor levende dieren, en zijn niet geschikt voor jongere bezoekers.

We reden verder noordwaarts richting Dassa en gingen vervolgens naar het Westen omdat het Noordoost-Benin nu “code orange” was vanwege terrorisme-dreiging. We gingen zo noordelijk als Natitingou en gingen toen Togo in. Dit gebied is beroemd om zijn ’tata somba’ huizen, huizen gebouwd als forten door het eigenzinnige Somba volk.

We gingen de grens met Togo over in de overtuiging dat we op de grens den 7-daags transit visum konden kopen voor 10.000 CFA. Maar dat kon niet. Er was helemaal niets op de grens. We besloten (door Togo) naar de grens oostelijk van Kara te rijden, maar die hadden ook geen visums, dus ze stempelden gewoon onze paspoorten. Vervolgens reden we naar de andere kant van het piepkleine land, waar ze ons gewoon weer stempelden. We hadden net Togo illegaal doorkruist en waren nu aangekomen in Ghana.

“Nigeria is een heel gevaarlijk land”

Posted from Lagos, Lagos, Nigeria.

“Nigeria is een heel gevaarlijk land”, is wat mensen door heel Afrika ons hadden verteld. Als we de vrije pers mogen geloven is dat ook waar. Talloze ontvoeringen in het Zuiden van het land, vooral rond Port Harcourt, hebben geresulteerd in extreme veiligheidsmaatregelen door de partijen die uiteindelijk moeten betalen: olie-maatschapijen. In het Noorden van het land ontvoeren of vermoorden Moslim fundamentalisten Westerlingen om religieuze motieven. Maar er is geen route om het land heen, dus we besloten er hard doorheen te rijden richting Lagos. De grens was niet al te lastig, maar de eerste avond ging rampzalig. We letten niet op de tijd die we nog hadden tot zonsondergang en reden per ongeluk door de stad waar we hadden moeten slapen, waardoor we in het donker een slaapplaats moesten zoeken in de chaotische stad. “Wat je ook doet, rij nooit in het donker in Nigeria”, de woorden van een ervaren expat die we ontmoet hadden in Luanda echoën door mijn hoofd. Maar afgezien van een beetje stress liep het goed af. 

De volgende dag namen we een paar verkeerde afslagen en reden we opeens door het hart van Benin City, wat leidde tot chaos en ongeloof op het gezicht van de Nigerianen. We werden zo’n honderd keer gestopt door politie. Elke keer werd er om een omkoping gevraagd zonder ook maar naar papieren te vragen. We weigerden elke keer, en soms verzon de agent dan iets als “je stuur zit in de verkeerde kant” of “je hebt teveel lichten”. Ze dreigden zelfs om de auto in beslag te nemen maar na enkele vergelijkbare loze dreigementen van onze kant (“dan ga ik nu mijn ambassade bellen”) verdwenen onze problemen zo snel als ze gekomen waren. Uiteindelijk, na twee lange dagen rijden, kwamen we aan in Lagos – de stad die men mijdt in Afrika als ebola of Somalië.

In Lagos waren we uitgenodigd door Jaco, een Zuid-Afrikaan die werkt voor een groot accountantskantoor. Hij vertelt dat hij houdt van de constante uitdagingen die de stad hem stelt: doorlopende stroomuitval, geen water, ongelofelijk hoge prijzen, tekorten van andere orde en het meest chaotische en verstopte verkeer ter wereld. We verbleven in zijn huis, elk onze eigen kamer met badkamer, met het snelste internet op de westkust en een kok (Robert) die van elke maaltijd een feest maakt. Jaco liet ons het economisch centrum van Nigeria zien in al zijn rijkdom en kreupelende armoede. We bezochten ook de “jungle” van Lagos, opgezet door het olieconcern Chevron.

Jaco had ons uitgenodigd om mee te gaan naar het grootste expat feest van het jaar in Lagos, waardoor het waarschijnlijk ook wel de grootste van Nigeria is, en dus heel Afrika. Ongeveer 30 landen hadden elk hun eigen tent met onbeperkt eten en drinken, en op het podium deed elk land een kort optreden. Na twee uur zaten we tjokvol met Franse kaas, Duitse worst, Nederlandse kaas, Griekse baklava en Zuid-Afrikaanse boereworst. We zagen vrijwel niets van de optredens en werden dronken van het Heineken bier van de Nederlanders, de rum-cola van de Latijnse tent en Franse wijn. Twan, na maanden van alleen zijn eigen drankje inschenken, haalde zijn hart op door barman te spelen in de Nederlandse tent. We gingen naar huis, sliepen onze roes uit, en gingen door met het in orde maken van de auto en halen van visas.

Mount Kameroen beklimmen

Posted from Buea, Southwest, Cameroon.

In Kameroen reden we naar Yaoundé, wellicht één van de meest chaotische steden van Afrika. Het verkeer is absolute anarchie en de mensen zijn luidruchtig. Kameroen is het meest corrupte land tot nu toe op onze reis; we werden zeer vaak door politie gestopt en om omkopingen gevraagd, al reden we ook vaak zwaaiend door. In Yaoundé verbleven we enkele dagen bij Armel en Regina en hun nieuwgeboren zoontje. We probeerden de ambassade van Benin te vinden om een visum aan te vragen, maar die bleek in Douala te zitten. We besloten hem dan maar in Nigeria aan te vragen. We reden vervolgens via Douala naar Buea aan de voet van Mount Kameroen. In Buea ontmoette we Mieke en Hannah, twee Nederlandse dames die voor de NGO Livebuild werken. We hadden een hele leuke tijd met ze in het enorme huis, met Nederlands eten, leuke activiteiten en veel vrienden, waaronder veel Amerikaanse Peacecorps vrijwilligers.

We regelden dat we in twee dagen de berg konden beklimmen, al was het advies om het in drie dagen te doen. ’s Morgens vroeg kwamen we aan met slaapspullen, kleding, snacks en wat andere spullen bij de ontmoetingsplaats. Hier werden we voorgesteld aan onze drie dragers en gids Henry. Spoedig begonnen we aan onze klim, beginnende met een eenvoudig eerste deel door de jungle naar hut 1 in een paar uur. Na hut 1 kwamen we spoedig de jungle uit en liepen op de savanne naar een tussenliggende hut. Vanaf daar begint het meest lastige stuk van de tocht over steil en verraderlijk terrein. De rotsen glijden steeds weg onder je voeten, dus de truc is om alleen op de graspollen te staan. We zaten ondertussen al boven het wolkendek en hadden af en toe prachtige uitzichten over de berg boven ons en het bos onder ons. Na enkele uren klimmen kwamen we aan bij ‘de magische boom’; vanaf hier wordt de klim eenvoudiger en is het een eenvoudige wandeling tot hut 2, waar we die nacht zouden overnachten. Hut 2 bestaat uit drie kamers met een platform boven de grond waarop je kan slapen. We hadden een goede maaltijd, rustten even en toen kwam Lars. Lars is een Noor en ervaren bergbeklimmer die al 63 bergen heeft beklommen, elk de hoogste van een bepaald land. Mount Cameroon was lang niet de hoogste die hij beklommen had, maar hij heeft zijn vrouw beloofd dat hij niet boven 8.000 meter zal klimmen. Dus geen Everest en geen K2 voor Lars. Hij heeft echter wel het hoogste punt van Vaticaanstad beklommen, wat een klein heuveltje in de tuin is waar hij van de gids op mocht gaan staan.

De volgende dag begonnen we net na zonsopkomst met onze klim naar hut 3 en vervolgens naar de top. Kort na ons vertrek uit hut 2 merkten we al dat er minder zuurstof in de lucht zit op deze hoogte, dus we pastten onze pas aan. Na een korte pauze bij hut 3 liepen we over een maanachtig landschap naar de top op 4095 meter, die we bereikten rond het middaguur. Het was heel koud en winderig op de top, dus we deden snel alle kleding die we bij ons hadden aan. Vervolgens dronken we een whiskey met Lars op onze eerste en zijn 64ste berg. Bij redelijk helder weer waren de uitzichten vanaf de top adembenemend.

Nadat de feestelijkheden klaar waren realiseerden we ons dat we vandaag nog helemaal naar beneden moesten, we hadden tenslotte de 2-daagse in plaats van 3-daagse klim genomen. Dus we begonnen af te dalen naar hut 3, rustte even, en gingen vervolgens terug naar hut 2 voor een grote lunch en om onze met blaren bedekte voeten te verzorgen. Vervolgens gingen we door en waren we minder bij met het zien van ‘de magische boom’, omdat de boom het begin van het zwaarste deel van de afdaling markeerde. Op een gegeven moment krijg je wat ritme in de afdaling, maar we waren toch erg blij toen we de tussenliggende hut zagen en terug de jungle in konden. Nadat we een paar uur door de jungle liepen, met een korte pauze bij hut 1, bereikten we de plaats waar we de vorige dag onze klim waren begonnen net voor zonsondergang. We bedankten onze gids en dragers, namen een taxi en reden terug voor een welverdiende rust. Het was ook een gedwongen rust, want we konden twee dlsagen bijna niet lopen.

Als jij ook Mount Kameroen wil beklimmen, neem dan contact op met Hady Guiding Servers via (+237) 77 43 03 01 of (+237) 93 85 03 49. De meeste gidsen en dragers zijn studenten die het werk doen om hun studie te bekostigen.